De Onderwijsinspectie heeft de beleidsregel rond het afwijken van de onderwijstijd vernieuwd. Ingrado was sinds geruime tijd samen met het Steunpunt Passend Onderwijs in gesprek met de Onderwijsinspectie over de maatregel, in de volksmond ook wel ‘de Variawet’ genoemd. De wijze van aanvragen was zeer omslachtig met de verschillende categorieën waardoor de afwijking in de praktijk veel vragen opriep. Samen met het Steunpunt heeft Ingrado meegewerkt aan een eenvoudigere wijze van aanvragen en verantwoorden bij het afwijken van onderwijstijd bij kinderen en jongeren die tijdelijk of gedeeltelijk geen onderwijs kunnen volgen omdat zij maatwerk nodig hebben. De vernieuwde beleidsregel van de Onderwijsinspectie is per 1 januari 2026 ingegaan.
De beleidsregel voorziet ook in een aantal andere afwijkingen die maatwerk mogelijk maken. Dit zijn de afwijkingen op toelatingsleeftijd, op maximale duur van een stage en de ontheffing van leerlingen ouder dan twintig jaar. Deze voorwaarden zijn hetzelfde gebleven.
Vereenvoudigde aanpak
Soms kunnen kinderen vanwege psychische of lichamelijke beperkingen tijdelijk niet of niet volledig naar school. De school kan dan een op maat gemaakt onderwijsprogramma aanbieden door af te wijken van het minimumaantal uren onderwijstijd. Wanneer een school vindt dat afwijking van de onderwijstijd noodzakelijk is voor een leerling, kunnen zij een aanvraag doen bij de Onderwijsinspectie.
De beleidsregel ‘afwijking onderwijstijd’ bevat voorwaarden waaronder afgeweken mag worden van de verplichte onderwijstijd. Die waren voor de vernieuwde beleidsregel nogal omslachtig en onduidelijk door de categorieën waarbij in sommige gevallen geen aanvraag nodig was en in andere gevallen weer wel. De aanpak is nu vereenvoudigd.
Per 1 januari 2026 geldt dat wanneer een leerling vanwege een lichamelijke of psychische redenen het onderwijsprogramma niet (geheel) kan volgen op een schoollocatie én er is geen sprake van geoorloofd verzuim (artikel 11d van de Leerplichtwet) de school mag afwijken van de onderwijstijd.
De Onderwijsinspectie stemt in op basis van vertrouwen in de kwaliteit van de te bieden ondersteuning door het schoolbestuur. De school blijft verantwoordelijk en aanspreekbaar op de inhoud, vorm en uitvoer van maatwerk dat de leerling kan helpen zich te blijven ontwikkelen. Hierbij moet terugkeer naar (de eigen of andere) school het uitgangspunt blijven.
De school moet in een ontwikkelingsperspectief (OPP) vastleggen:
- waarom afgeweken wordt van de onderwijstijd;
- hoe het onderwijs op school vormgegeven wordt;
- welke ondersteuning en begeleiding de leerling krijgt als de leerling niet op school is;
- hoe de school concreet en planmatig toewerkt naar uitbreiding van het aantal uren dat de leerling onderwijs op school volgt.
Het OPP speelt een centrale rol in het aanvraagproces. Hierin wordt het maatwerk beschreven en wordt aangetoond dat school, leerling en ouders duidelijk in beeld hebben waar gezamenlijk naartoe gewerkt wordt. Er is dus ook instemming van de ouders (wettelijk vertegenwoordigers) nodig, of van de leerling zelf, als deze meerderjarig en handelingsbekwaam is.
Belangrijke informatie voor leerplichtambtenaren
Er hoeft geen afwijking van onderwijstijd aangevraagd te worden voor leerlingen die op grond van artikel 11d van de Leerplichtwet geoorloofd afwezig zijn. Dit zijn leerlingen die tijdens een (para)medische behandeling (tijdelijk) afwezig zijn of op medische grond niet aan de lessen kunnen deelnemen. Deze leerlingen zijn al gedurende die tijd vrijgesteld van de schoolbezoekplicht. Ook voor een noodzakelijke behandeling van een leerling die onderwijs volgt op een school zoals bedoeld in artikel 71a van de Wet op expertisecentra (WEC) hoeft geen afwijking aangevraagd te worden.
Als zieke leerlingen thuis of in het ziekenhuis onderwijs kunnen volgen, moet het bevoegd gezag van de school dat verzorgen (artikel 8 Wet primair onderwijs, WPO, artikel 2.45 Wet voortgezet onderwijs, WVO 2020 en artikel 11, lid 6, WEC). Daarvoor kan het bevoegd gezag gebruikmaken van educatieve voorzieningen en bepaalde schoolbegeleidingsdiensten (art. 9a WPO, art. 2.46 WVO 2020 en artikel 18a WEC).). Ook als de Onderwijsinspectie heeft ingestemd met ‘afwijken onderwijstijd’ is uitbesteding van de leerling aan een niet-bekostigde onderwijsinstelling niet toegestaan. Inkoop en/of inhuur bij een particuliere instelling is wel mogelijk, evenals de samenwerking met een derde partij, zoals een jeugdhulpverlener.
De school blijft aanspreekbaar op onder andere de inhoud, vorm en uitvoering van de onderwijsactiviteiten die onder de verantwoordelijkheid van de school vallen en gericht zijn op terugkeer naar (de eigen of een andere) school, ook als sprake is van inkoop en/of inhuur bij een particuliere aanbieder of samenwerking met een derde partij.
