11 juni 2026

Achtergrond

Vroegsignalering en maatwerk: de sleutel tot meer studentaanwezigheid

Hoe vergroot je schoolaanwezigheid in het mbo? In dit artikel lees je hoe vroegsignalering, data en maatwerk kunnen bijdragen om verzuim aan te pakken.

Schoolverzuim is een veelvoorkomend probleem dat studerenden, ouders, onderwijsprofessionals en de samenleving raakt         In dit artikel gaan we dieper in op verzuim én aanwezigheid, bespreken we verschillende interventies aan de hand van het Multi-Dimensional Multi-Tiered System of Support (MD-MTSS) en bespreken we de implementatie ervan. Verzuim van school kan verschillende vormen aannemen; denk aan ziekteverzuim, spijbelen, te laat komen. (Inter)nationale data laten zien dat er na corona een toename is van schoolverzuim  

De oorzaken van schoolverzuim zijn divers en spelen op verschillende niveaus: individueel, gezins-, school-, gemeentelijk en nationaal niveau. Dit maakt schoolverzuim tot een complex probleem, ook wel een wicked problem genoemd ( Een wicked problem is een complex vraagstuk waarvoor geen standaardoplossing bestaat. De oorzaken zijn veelzijdig en met elkaar verweven. Verschillende actoren en factoren hangen onderling samen. Zo gaat geoorloofd verzuim vaak samen met ongeoorloofd verzuim en hebben ouders invloed op het verzuimgedrag van hun kinderen. Ook het schoolklimaat beïnvloedt de motivatie van studenten om naar school te gaan. De traditionele aanpak, die verzuim vooral ziet als afwijkend gedrag van jongeren of hun ouders, schiet daarom tekort. Er is een andere benadering nodig: niet alleen gericht op het verzuim, maar juist met een focus om aanwezigheid te bevorderen. 

Een focus op afwezigheid legt de oorzaak van het verzuim vaak bij de individuele student of ouders. De focus op aanwezigheid daarentegen gaat juist uit van een gedeelde verantwoordelijkheid. Het vergroten van de aanwezigheid kan dan ook als de beste stap in de preventie van verzuim worden genoemd. In dit overzichtsartikel belichten we verschillende aspecten van schoolverzuim en aanwezigheid, om zo het probleem van verzuim beter te begrijpen en effectiever te kunnen aanpakken.

Een integrale blik op schoolverzuim

Schoolverzuim is complexer dan alleen ziekmelden of spijbelen. Om effectief beleid te ontwikkelen, is het belangrijk om te doorgronden hoe geoorloofd en ongeoorloofd verzuim met elkaar verweven zijn. Lees hoe deze vormen samenhangen en waarom een integrale, op maat gemaakte aanpak per school nodig is voor effectief beleid.

Verzuim als complex probleem

Het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) kent een onderscheid tussen onbegeleide en begeleide onderwijstijd (bot-uren). Hierbij is het uitgangspunt dat aanwezigheid van de student belangrijk is voor het behalen van de drie kwalificatiedoelen van het mbo: opleiden voor een specifiek beroep, voor doorstroom naar vervolgonderwijs en voor deelname aan de maatschappij. Onderzoek toont aan dat geoorloofd verzuim, zoals ziekteverzuim, en ongeoorloofd verzuim, zoals spijbelen, met elkaar samenhangen    Daarbij spelen de keuzes van ouders vaak mee. Ouders kunnen hun kind soms ziekmelden om conflicten met school te vermijden, bijvoorbeeld omdat ze schoolbezoek niet belangrijk genoeg vinden of omdat ze vinden dat hun kind even rust nodig heeft. Ook de klasgenoten van de jongere en het gevoerde schoolbeleid spelen een belangrijke rol. Onderzoek in het voortgezet onderwijs (vo)  laat zien dat het individuele verzuimgedrag van een jongere mede afhangt van de verzuimmores in een klas: als er in een klas gemiddeld veel verzuim plaatsvindt, dan zal de individuele student zich ook gemakkelijker afmelden. En omgekeerd. Op individueel niveau is geoorloofd verzuim een voorspeller van ongeoorloofd verzuim  

De noodzaak van maatwerk in verzuimbeleid

Interventies gericht op het verminderen van schoolverzuim moeten geen one-size-fits-all-benadering hebben  Scholen verschillen onderling op veel manieren, bijvoorbeeld in omvang, maar ook wat betreft meer homogene of juist heterogene studentpopulaties. Die verschillen vragen om gedifferentieerde aanpakken  Toch zien we in de onderwijspraktijk dat verzuimbeleid zich vooral richt op het vastleggen van verzuimprotocollen, die vaak zijn gericht op sancties. Deze scope is te smal en uit onderzoek blijkt dat sancties, zoals boetes en schorsingen, vaak niet werken of zelfs verzuim in de hand werken  Onderwijsinstellingen vullen hun aanpak wel regelmatig aan met interventies gericht op geoorloofd (ziekte)verzuim. Een voorbeeld hiervan is MAZL (Meer Aandacht voor Ziekgemelde Leerlingen). Dit is een evidence-based interventie voor ziekteverzuim   

Paradigmaverschuiving: van verzuim naar aanwezigheid

In Nederland is er – sinds het congres van het International Network for School Attendance (INSA) in 2019 in Oslo – een beweging zichtbaar naar denken in termen van schoolaanwezigheid in plaats van in termen van verzuim  De afgelopen jaren is dit denken conceptueel verder ‘geladen’, onder andere door de samenwerking met INSA en binnen het Kennisnetwerk Schoolaanwezigheid (KNSA). 

Op het eerste oog lijk het een kwestie van woordkeus; in werkelijkheid gaat het om een paradigmaverschuiving. Denken in termen van aanwezigheid in plaats van verzuim betekent dat de focus verschuift van reactief handelen op basis van sancties naar proactief handelen op basis van ondersteuning. Het gaat over het voorkomen van verzuim en tijdig en adequaat interveniëren bij verzuim, door aan te sluiten bij de dieperliggende redenen van het verzuim  Een voorwaarde om deze omslag te kunnen maken is systematisch monitoren en analyseren van de aan- en afwezigheid van studenten. Zonder zicht op data en trends is het niet mogelijk om gerichte interventies in te zetten en te meten wat het effect daarvan is  

Met schoolaanwezigheid bedoelen we de totale onderwijsdeelname van een student, groep of instelling: de verwachte deelname minus het totale verzuim, waaronder geoorloofd, ongeoorloofd en disciplinair verzuim   Het uitgangspunt is dat onderwijsdeelname jongeren iets oplevert; deze opbrengst missen zij bij afwezigheid, ongeacht de reden. Daarmee verschuift de focus van het traditionele onderscheid tussen geoorloofd en ongeoorloofd verzuim.

Schoolaanwezigheid gaat over meer dan fysieke aanwezigheid in de klas. Het betreft brede deelname aan het onderwijs, die ook op andere manieren of andere locaties kan plaatsvinden  Het concept is nauw verbonden met school engagement  en vraagt om erkenning van aanwezigheid, in plaats van deze als vanzelfsprekend te beschouwen.

Het voorkomen van uitval, zoals voortijdig schoolverlaten (vsv), is daarmee niet de enige focus. Jongeren met aanhoudend verzuim vallen niet altijd uit, maar profiteren wel minder van de sociaal-emotionele, taalkundige en cognitieve opbrengsten van onderwijs. Onderzoek in het hoger beroepsonderwijs (hbo) laat zien dat zowel fysieke als online aanwezigheid bij lessen de toetsresultaten positief beïnvloeden  Bovendien vertonen sommige groepen jongeren, bijvoorbeeld jongeren die in armoede opgroeien of jongeren met speciale onderwijsbehoeften, vaker aanhoudend schoolverzuim dan hun leeftijdsgenoten  Schoolaanwezigheid raakt daarmee ook aan thema’s als kansengelijkheid en inclusief onderwijs.

Voor scholen en onderwijsbeleid brengt dit onder andere met zich mee dat zij moeten nadenken over wat onderwijsdeelname eigenlijk inhoudt. Het verzuimbeleid (of aanwezigheidsbeleid) moet niet alleen gaan over alle afspraken en consequenties. Het moet zich vooral richten op hoe de onderwijsdeelname van alle studenten te bevorderen en welke ondersteuning er vroegtijdig beschikbaar is als er sprake is van een verminderde schoolaanwezigheid. 

Het piramideraamwerk voor schoolaanwezigheid (MD-MTSS-raamwerk), dat onder andere inzet op preventie, datagestuurd werken en samenwerking in drie lagen van ondersteuning, kan helpend zijn bij het verleggen van de focus van schoolafwezigheid naar schoolaanwezigheid. 

Het piramideraamwerk voor schoolaanwezigheid

Het piramideraamwerk voor schoolaanwezigheid – het Multi-Dimensional Multi-Tiered System of Support (MD-MTSS) – ondersteunt scholen en andere organisaties bij het vergroten van schoolaanwezigheid en het verminderen van schoolverzuim  Het raamwerk is een doorontwikkeling van het Response to Intervention-model (RtI)  en biedt ruimte om rekening te houden met de complexe factoren die invloed hebben op schoolaanwezigheid.

image
Figuur 1: Piramideraamwerk voor schoolaanwezigheid

Binnen het piramideraamwerk staat de ontwikkeling van iedere student centraal, ingebed in een positief en ondersteunend pedagogisch klimaat. De aanpak is gebaseerd op vijf kernprincipes 

  • Ondersteuning sluit aan bij de behoeften van alle studenten.
  • De aanpak richt zich op het gehele systeem, niet alleen op individuele studenten.
  • Er is een sterke focus op preventie, met als doel problemen en verzuim vroegtijdig te voorkomen.
  • Professionals werken samen in een team, maken gebruik van data en handelen oplossingsgericht.
  • Er wordt gebruikgemaakt van interventies waarvan de effectiviteit wetenschappelijk is aangetoond.

Het MD-MTSS-raamwerk wordt weergegeven als een driedimensionale piramide en bestaat uit twee kernonderdelen.

Multidimensionaal (MD)

Het raamwerk beziet schoolaanwezigheid vanuit meerdere invalshoeken (multidimensionaal). De verschillende zijden van de piramide staan voor domeinen waarin interventies kunnen worden ingezet, zoals verschillende onderwijssectoren (van voorschool tot vervolgonderwijs) en ontwikkelingsgebieden (sociaal-emotionele, cognitieve en lichamelijke ontwikkeling) van kinderen en jongeren.

Gelaagde ondersteuning (Multi Tiered, MTSS)

MTSS staat voor een ondersteuningssysteem met drie lagen (tiers), afgestemd op de behoeften van studenten:

  1. Onderste laag (laag 1): universele, schoolbrede interventies voor alle studenten, gericht op het bevorderen van een positieve cultuur van schoolaanwezigheid.
  2. Middelste laag (laag 2): gerichte ondersteuning voor groepen of individuele studenten met beginnend schoolverzuim.
  3. Bovenste laag (laag 3): intensieve en geïndividualiseerde interventies voor studenten met aanhoudend of ernstig schoolverzuim.

Het raamwerk helpt scholen om schoolaanwezigheid systematisch te monitoren op school-, klas- en studentniveau en om wetenschappelijk onderbouwde interventies te kiezen en uit te voeren. De aanpak sluit goed aan bij het complexe karakter van schoolverzuim. Onderzoek naar de toepassing van een gelaagd raamwerk (MTSS)  laat zien dat scholen die MTSS toepasten, significant minder verzuim kenden. Bij de implementatie van MTSS kregen deze scholen professionele coaching.

Interventies richten zich op de school als geheel, op specifieke groepen studenten en op individuele studenten. Het is daarbij belangrijk dat interventies zorgvuldig worden geselecteerd, goed worden uitgevoerd en regelmatig worden geëvalueerd en aangepast in samenwerking met betrokken partners 

Voorbeelden van interventies per laag

Het MD-MTSS-raamwerk sluit aan bij een breed scala aan wetenschappelijk onderzochte interventies, verdeeld over de drie ondersteuningslagen. We geven een aantal voorbeelden van interventies per laag. Of een interventie in een bepaalde laag staat heeft te maken met de focus van de interventie: richt de interventie zich op alle studerenden, op groepen studerenden of op het individu? Sommige interventies kunnen daarom voor meerdere lagen geschikt zijn. De bovenste laag varieert van studenten die 10% onderwijs missen tot studenten die helemaal niet meer naar school gaan. Dit moet meegenomen worden in de keuze van de interventie.

Universele preventie (onderste laag van de piramide, ‘laag 1’)

Begroeten bij de deur: een simpele begroeting bij de deur voor aanvang van de les versterkt een positief klasklimaat, waardoor verstorend gedrag tijdens de les wordt verminderd. Het werkt ook positief uit op de onderwijsdeelname van jongeren, als in dat er meer tijd aan leeractiviteiten wordt besteed zoals het naar instructie luisteren en actief de lesstof verwerken 

Schooltijden: door de eerste lessen niet te vroeg te starten in de ochtend kan de schoolaanwezigheid van jongeren positief beïnvloed worden 

Positief pedagogisch en veilig schoolklimaat: een positief en inclusief schoolklimaat bevordert motivatie, betrokkenheid en aanwezigheid. Internationale onderzoeken tonen aan dat een veilig, ondersteunend klimaat beschermt tegen schooluitval   

PBS (Positive Behavior Support): PBS is een schoolbrede methodiek om positief gedrag te stimuleren. Mits consequent uitgevoerd zoals bedoeld, kan deze interventie het schoolverzuim en te laat komen verminderen . PBS en het MD-MTSS raamwerk voor aanwezigheid baseren zich op dezelfde piramide, waardoor de bekendheid met het ene raamwerk de implementatie van het andere raamwerk vergemakkelijkt en beide raamwerken ook samengevoegd kunnen worden 

Datagestuurd werken en vroegsignalering: door aanwezigheidsgegevens systematisch te monitoren is het mogelijk om patronen tijdig te signaleren en te bespreken in het ondersteuningsteam. Dit principe is internationaal goed onderbouwd  en in Nederland beleidsmatig geadviseerd 

Ontbijt op school: het heeft een positief effect op hun schoolaanwezigheid als jongeren de gelegenheid krijgen om op school na de bel te ontbijten; bij minder jongeren was sprake van aanhoudend schoolverzuim 

Mentorgesprekken of SLB-coaching: in regelmatige gesprekken met een mentor of studieloopbaanbegeleider kan de aanwezigheid van de student standaardonderwerp van gesprek zijn, ook als de aanwezigheid goed is. Ook drempels voor aanwezigheid kunnen onderwerp van gesprek zijn. Deze gesprekken versterken de motivatie en maken problemen bespreekbaar 

Gerichte interventie (middelste laag van de piramide, laag 2)

Mentorprogramma’s: voor individuele studenten met een risico op aanhoudend verzuim kunnen gerichte mentorprogramma’s ingezet worden om het verzuim terug te dringen. Een voorbeeld is het Check and Connect programma, dat bedoeld is om uitval te voorkomen en een positief effect op de schoolaanwezigheid van jongeren kan hebben 

Afstemming met ouders: voor minderjarige studenten geldt dat vroegtijdig contact met ouders kan helpen om verzuim te reduceren. Uit onderzoek naar het sturen van brieven naar ouders blijkt dat het helpt als een brief simpel en niet te lang is, uitlegt wat de effecten van schoolverzuim zijn en ingaat op wat ouders kunnen doen om te ondersteunen. Dit heeft een positiever effect dan in een langere standaardbrief uit te leggen wat de formele consequenties van het verzuim zijn 

Groepsgerichte aanpak: jongeren met vergelijkbare uitdagingen zouden als groep ondersteund kunnen worden. In een onderzoek naar het effect van een groepsgerichte aanpak voor middelengebruik bleek dit een positief effect te hebben op de schoolaanwezigheid van de deelnemende studenten 

Intensieve interventie (bovenste laag van de piramide, laag 3)

Gecoördineerde aanpak ziekteverzuim: binnen Nederland is de MAZL-methode een bekende aanpak voor de inzet van de Jeugdgezondheidszorg op scholen. Uit onderzoek in het voortgezet onderwijs bleek bijvoorbeeld dat de inzet van MAZL resulteerde in vermindering van het ziekteverzuim bij deelnemende vo-leerlingen 

Samenwerking met jeugdhulp en externe partners: gecoördineerde samenwerking om onderliggende problemen zoals armoede, psychische gezondheid of gezinsproblematiek aan te pakken vermindert het risico op schooluitval. Dit principe is theoretisch goed onderbouwd en beleidsmatig aanbevolen 

Specifieke aanpassingen doen aan het lesprogramma of schooltijden: op het moment dat jongeren met zeer veel moeite naar school gaan, of helemaal niet meer, kan het nodig zijn om hun onderwijsprogramma of lestijden aan te passen 

Speciale onderwijstrajecten: voor sommige jongeren is het passend om via een alternatieve route hun onderwijs af te ronden of de stap terug naar school weer te kunnen maken   

Psychologische interventie: sommige jongeren hebben baat bij intensieve individuele ondersteuning om hun verzuim en bijkomende moeilijkheden te adresseren. Het kan helpend zijn om deze ondersteuning binnen school te laten plaatsvinden, zoals toegepast in het programma @School, voor jongeren met neurodivergente kenmerken. Na deelname aan het programma was de schoolgang van deelnemende jongeren significant verbeterd 

Hoewel het piramideraamwerk en de genoemde interventies wetenschappelijk onderbouwd zijn, geldt dat effectiviteit niet automatisch gegarandeerd is. Resultaten hangen sterk af van implementatiekwaliteit en structurele monitoring. Tegelijkertijd vraagt het ook om maatwerk en aanpassing aan de lokale context. Het is daarom van belang dat helder is langs welk(e) mechanisme(n) verandering tot stand komt en dat er meer onderzoek in de Nederlandse context wordt uitgevoerd. 

Grenswaarden in het piramide-raamwerk

De grenswaarden die zijn opgenomen in het piramideraamwerk (zie Figuur 1) zijn gebaseerd op de gedachte van vroegsignalering. Deze grenswaarden worden ondersteund door onderzoek (o.a.     en gaan uit van de 10%-grens voor chronisch schoolverzuim. Het zijn op preventie gerichte grenzen, die het raamwerk gevoelig maken voor signalering. In meerdere landen, zoals Ierland en Australië, worden momenteel deze grenswaarden gehanteerd bij de implementatie van het MD-MTSS raamwerk voor schoolaanwezigheid. Zie link voor meer informatie over het MD-MTSS raamwerk in Nederland en de gekozen grenswaarden. Uit de praktijk van het mbo blijkt dat veel jongeren 10% of meer afwezigheid laten zien. Meer onderzoek naar de percentages onderwijsdeelname in het mbo en breder in het tertiair onderwijs, is wenselijk. 

Implementatie van het MD-MTSS-raamwerk

Voor de implementatie van het piramideraamwerk richten scholen vaak een schoolaanwezigheidsteam (SAT) op   Het SAT bestaat uit: 

  • iemand die besluiten kan en mag nemen, bijvoorbeeld een directeur of een teamleider;
  • een data-analist of iemand die handig is met data (of dit wil leren), omdat het SAT werkt aan de hand van data;
  • iemand die belast is met de studentenzorg op zowel het vlak van het schoolse leren als het gedrag, zoals een studentbegeleider of een ondersteuningscoördinator;
  • iemand uit de praktijk, zoals een docent of wellicht de conciërge. 

Dit kern-SAT kan periodiek of op aanvraag worden uitgebreid met ketenpartners, zoals de leerplichtambtenaar en de jeugdarts, maar ook met jongeren en ouders. 

Het SAT bepaalt door data en probleemanalyse welke interventies op welk moment worden ingezet en monitort structureel de schoolaanwezigheid binnen de onderwijsinstelling. Het is belangrijk dat dit team training en begeleiding krijgt bij de implementatie van het raamwerk 

Verwijzen naar dit artikel?

Volledige referentie: Halberstadt, R., & Brouwer-Borghuis, M. (2026). Vroegsignalering en maatwerk: de sleutel tot meer studentaanwezigheid. Onderwijskennis.nl (NRO). Geraadpleegd op [dag maand jaar], van https://www.onderwijskennis.nl/node/7648/ 

Korte verwijzing in de tekst: (Halberstadt & Brouwer-Borghuis, 2026)