Het OM is van mening dat de aanpak en uitkomsten van deze zaken landelijk enorm verschillen en omdat zij vinden dat de waarde van een strafrechtelijke aanpak marginaal is en dat opgelegde sancties vanuit generaal of speciaal preventief oogpunt nauwelijks bijdraagt aan het recht op onderwijs voor jongeren.
Zorgen Ingrado over gevolgen
Ingrado maakt zich zorgen over de gevolgen van het eenzijdige besluit van het OM. Het besluit is genomen zonder dat er een wettelijke voorziening is voor het geven van thuisonderwijs aan jongeren. Daardoor is het recht op onderwijs voor jongeren van wie de ouders zich beroepen op een vrijstelling 5 onder b, niet gewaarborgd.
Ook heeft de beslissing impact op het werk van onze beroepsgroep. Dat leerplichtambtenaren verschillend omgaan met het opmaken van pv’s is geen gevolg van de omslag naar leerrecht maar meer het gevolg van individuele overtuigingen, overtuigingen van de onderwijsbestuurders en een reactie op de wachttijden bij het OM en de verschillen in samenwerking met het OM in de arrondissementen.
Haast maken met vernieuwing Leerplichtwet
“Door dit besluit is het nog belangrijker geworden om niet langer te wachten met de vernieuwing van de Leerplichtwet, omdat onze beroepsgroep in de huidige samenleving niet het recht op onderwijs en ontwikkeling voor álle jongeren kan waarborgen. En hier maken we ons ernstig zorgen over,” licht Corien van Starkenburg - bestuurder van Ingrado - toe.
De komende tijd gaat Ingrado, in gesprek met leden en samenwerkingspartners waaronder ook het OM, hoe om te gaan met deze beslissing en wat er nodig is. Het streven is om een wettelijk kader te ontwikkelen zodat leerplichtambtenaren in staat worden gesteld om middels de Leerplichtwet, het recht op onderwijs en ontwikkeling voor jongeren te blijven beschermen.
Lees hieronder de toelichting van het OM op het besluit geen strafzaken meer te behandelen rondom art 5 onder b van de Leerplichtwet.
Aan Ingrado,
Zoals besproken is het OM aan het onderzoeken of een strafrechtelijke aanpak van schoolverzuim nog wel past bij het kinderrechtenperspectief en de kerntaken van het OM. Dit is ook besproken met de ketenpartners bij het Coördinerend Beraad Jeugd.
Bij de zaken die gaan om richtingbezwaren tegen onderwijs art. 5 onder b Leerplichtwet heeft het OM inmiddels advies gevraagd bij het Wetenschappelijk Bureau OM (WBOM). Uit het advies volgt dat strafrechtelijke vervolging niet meer opportuun is.
Dit is inmiddels het derde advies van het WBOM (zie bijlage) over deze problematiek. Het eerste advies is in 2012 ook gedeeld met het ministerie van OCW met het signaal dat een toetsingskader voor strafrechtelijke handhaving om meer duidelijkheid vraagt. De wetgeving is echter juist ruimer geworden voor het oprichten van scholen zonder duidelijke richting of religieuze grondslag, zie het artikel van Philipsen waar in het advies van WBOM naar wordt verwezen.
Hierbij is van belang dat slechts een beperkt aantal strafzaken op grond van artikel 5b Lpw instroomt, terwijl het aantal verleende vrijstellingen aanzienlijk hoger is zonder dat het OM zicht heeft op de toetsing. In deze afweging speelt mede een rol dat de strafrechtelijke procedures niet tot effect lijken te hebben dat kinderen weer naar school gaan en de procedures bovendien langdurig en zeer complex zijn.
In lijn met dit advies heeft het OM inmiddels gecommuniceerd naar de verantwoordelijk jeugdofficieren dat er geen nieuwe zaken meer bij de kinderrechter worden aangebracht en dat zaken die al op zitting staan ingepland zullen worden ingetrokken.
Mail vanuit het OM d.d. 24-03-2025
