De cijfers illustreren de noodzaak van een zorgvuldige implementatie van de Wet terugdringen verzuim die inmiddels is aangenomen door de Tweede Kamer. De leerplichttelling wordt ieder jaar bekendgemaakt als het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) de Tweede Kamer per brief informeert over de ontwikkelingen op het gebied van passend en inclusief onderwijs.
Cijfers
Uit de cijfers van de leerplichttellingen van schooljaar 2024-2025 blijkt dat het schoolverzuim opnieuw stijgt. Deze stijgende trend is verontrustend. Het absoluut verzuim (leerplichtige jongeren zonder schoolinschrijving) is met 9,1% toegenomen (totaal 16.351 jongeren). Tegelijkertijd steeg het langdurig relatief verzuim (ingeschreven leerlingen die meer dan vier weken ongeoorloofd afwezig zijn) met 11,9% (1.785 jongeren in totaal).
De stijgende trend is eveneens zichtbaar in het aantal vrijstellingen van de Leerplichtwet. De vrijstellingen op grond van psychische of lichamelijke beperkingen (5 onder a) stegen met 15,1% en de vrijstellingen vanwege richtingsbezwaren (5 onder b) met 15,6%. De stijging van het aantal beroepen op vrijstellingen vanwege richtingsbezwaren (5 onder b) over het schooljaar 2024-2025 is nog niet toe te schrijven aan het besluit van het Openbaar Ministerie (OM) om per maart 2025 geen zaken meer rondom de vrijstelling 5 onder b van de Leerplichtwet meer op te pakken. Daarvoor kwam dit besluit te laat in het schooljaar om nog van significante invloed te kunnen zijn.
Voorbij de cijfers
Kijkend voorbij de cijfers, zijn dit allemaal kinderen die thuiszitten. Kinderen die hun recht op onderwijs mogelijk niet of onvoldoende verzilveren. En dan zijn de genoemde aantallen nog het tipje van de ijsberg. Uit eerdere onderzoeken van Ingrado, Balans en KBA werd namelijk duidelijk dat een groot aantal kinderen dat geen onderwijs krijgt, in de cijfers van de leerplichttelling niet tot uiting komt. Dat betreft kinderen met een schoolinschrijving die feitelijk geen of nauwelijks onderwijs krijgen en als ‘ziek’ staan geregistreerd bij de school.
Zij zijn dan geoorloofd afwezig. Scholen mogen deze geoorloofd afwezige leerlingen niet melden bij leerplicht en deze leerlingen komen daardoor niet naar voren in de cijfers over ongeoorloofd verzuim die aan de Tweede Kamer worden gerapporteerd.
Verzuim als indicator onderliggende issues
Wat Ingrado ziet, is dat veel van de knelpunten die in de Kamerbrief terecht worden benoemd – zoals wachttijden, complexe ondersteuningsvragen en druk op leraren – zich in de praktijk vertalen naar meer verzuim van leerlingen. Op het moment dat een leerling minder naar school gaat, zien we vrijwel altijd dat er iets onderliggend speelt. In de ondersteuning, in de aansluiting van het onderwijs, of in de situatie thuis en rondom de jongere zelf.
Eerder melden en preventieve rol leerplicht
Bij een deel van de scholen komt Leerplicht pas in beeld als het probleem al geëscaleerd is, bijvoorbeeld bij langdurig verzuim of uitval. Terwijl juist in de fase daarvoor, bij beginnend of regelmatig verzuim, de grootste kans ligt om het verschil te maken. Precies iets dat ook in het wetsvoorstel terugdringen schoolverzuim en het daarop ingediende amendement over de preventieve rol van de leerplichtambtenaar voor het voetlicht wordt gebracht. Ingrado doet dan ook een appèl aan de Eerste Kamer om het wetsvoorstel zo snel mogelijk en zonder voorbehoud aan te nemen. Pas dan kan een preventieve benadering haar kracht krijgen en kunnen alle professionals om de jongere heen in samenwerking de implementatie van de wet oppakken in het belang van die jongere.
Brief Tweede Kamer van passend naar inclusief onderwijs
