Header image

19 mei 2026

Ongediplomeerde doorstroom van vo naar mbo

Binnen de Doorstroompunt-regio Rijnmond is de afgelopen jaren een duidelijke toename zichtbaar van leerlingen die zonder diploma vanuit het vmbo of havo doorstromen naar het mbo. Om deze ontwikkeling beter te begrijpen, is een verkennend onderzoek door het Kohnstamminstituut uitgevoerd.

Het onderzoek richtte zich op twee groepen jongeren die zonder vo-diploma vanuit het vmbo of havo naar het mbo overstappen: jongeren onder de 16 jaar die starten in een entreeopleiding, en jongeren die vóór hun 18e zonder diploma instromen in mbo-niveau 2, 3 of 4.

'Push en pull'
De overstap van vo naar mbo blijkt meestal het resultaat van een combinatie van zogenoemde push- en pullfactoren. Pullfactoren zijn de aantrekkelijke kenmerken van het mbo, zoals de praktijkgerichte manier van leren, het duidelijke beroepsperspectief en de mogelijkheid om sneller richting werk te gaan. Pushfactoren hebben vooral te maken met problemen waar leerlingen mee te maken hebben in het vo.

Leerlingen lopen bijvoorbeeld vast door herhaald zittenblijven, motivatieproblemen, gedrags- of sociale problemen of doordat zij het onderwijs als te theoretisch ervaren. Een deel van de jongeren heeft (of ervaart) geen andere keuze dan een overstap naar het mbo. Dit geldt met name voor jongeren die overstappen naar entreeopleiding en mbo-2. Bij een overstap naar mbo-3 of mbo-4 lijkt de keuze vaker bewust en toekomstgericht.

Knelpunten en kansen
Vo-scholen benadrukken als reden voor de overstap vooral motivatieproblemen en een mismatch met het onderwijsaanbod, mbo-instellingen wijzen op het vastlopen van jongeren in het vo en een gebrek aan passende begeleiding in het vo. Voor de recente groei in ongediplomeerde doorstroom noemen vo-scholen en mbo-instellingen onder andere door hen ervaren toenemende multiproblematiek bij leerlingen, mogelijke overadvisering in het po en een verbeterd imago van het mbo.

Op basis van de onderzoeksresultaten worden verschillende aanbevelingen gedaan. Deze richten zich onder andere op het beter onderscheiden van groepen jongeren voor wie ongediplomeerde doorstroom wel of juist minder passend is, het verbeteren van ondersteuning in zowel vo als mbo, het versterken van de overdracht tussen beide onderwijssectoren, en het ontwikkelen van alternatieven voor jongeren die nu zonder duidelijke keuze naar het mbo doorstromen.

Lees het onderzoek van het Kohnstamm Instituut >