Header image

5 februari 2026

Coalitieakkoord D66, VVD en CDA: betekenis voor onderwijs en jongeren

Op 30 januari 2026 presenteerden D66, VVD en CDA hun coalitieakkoord Aan de slag. Daarin is een duidelijke nadruk te zien op preventie en mentale veerkracht. Ingrado herkent hierin het belang van schoolaanwezigheid als basis voor ontwikkeling. De plannen benadrukken ook de noodzaak van goede samenwerking. Leerplicht en doorstroompunt kunnen hier een sleutelrol in vervullen.

Na een kritisch debat op dinsdag 3 februari 2026 is D66-leider Jetten gestart met het formeren van een kabinet. Naar verwachting wordt het nieuwe kabinet op 23 februari 2026 beëdigd. De drie partijen gaan samen een minderheidscoalitie van 66 zetels vormen. Dat betekent dat ze in de Tweede Kamer nog minimaal tien zetels nodig hebben om een meerderheid voor hun plannen te krijgen. In de Eerste Kamer komen de partijen zestien zetels tekort.

De duidelijke inzet op preventie sluit aan bij de overtuiging van Ingrado dat schoolaanwezigheid een belangrijke basis is voor ontwikkeling. Ook met de expliciete aandacht voor passend onderwijs, mentale veerkracht en het mbo is Ingrado blij. Tegelijkertijd vragen de hoge ambities en taakstellingen aandacht voor de uitvoerbaarheid. De verschuivingen en aanscherpingen in de jeugdzorg en het sociaal domein, onderstrepen het belang van goede samenwerking. Leerplicht- en doorstroompuntprofessionals hebben daarbij een sleutelrol.

Hieronder staan de meest relevante aankondigingen uit het coalitieakkoord op een rij:


Kwaliteit in de klas

Voor investeringen in het onderwijs wordt structureel 1,5 miljard euro beschikbaar gesteld. Dat geld wordt onder meer ingezet voor het terugdraaien van eerdere bezuinigingen, het regionaal investeringsfonds mbo, meer leraren voor de klas en versterking van de Inspectie van het Onderwijs. De inspectie gaat elke school minimaal eens in de vier jaar onderzoeken, en krijgt daarbij opdracht ook toezicht te houden op de regeldruk.

De coalitiepartijen zetten daarnaast in op passend onderwijs voor alle kinderen, met inclusief onderwijs waar dat mogelijk is en speciaal onderwijs voor wie dat nodig heeft. Centraal staat de vraag wat kinderen nodig hebben om zich te ontwikkelen. De partijen willen flexibeler omgaan met kinderen die dreigen uit te vallen. Door het herzien van de subsidie voor heterogene (brede) brugklassen, willen de partijen leerlingen meer tijd gunnen om de eigen talenten te ontdekken.

De coalitiepartijen benadrukken dat de vrijheid van onderwijs een fundamenteel recht is dat is vastgelegd in de Grondwet. In aanvulling daarop is afgesproken om de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen zo snel mogelijk te herzien.

In het akkoord staat ook dat de aanmeldplicht voor de basisschool vanaf 4 jaar wordt doorgezet. Het doel is leerachterstanden vroeg aan te pakken en bijvoorbeeld ook te investeren in voor- en vroegschoolse educatie via de gemeentelijke onderwijsachterstandsmiddelen. Voor het funderend onderwijs geldt dat er gericht wordt geïnvesteerd in lezen, schrijven en rekenen, zodat kinderen niet met een achterstand beginnen en zodat het mbo meer tijd heeft voor beroepsvaardigheden in plaats van het inhalen van achterstanden.

Beroepsonderwijs als ruggengraat

‘Het mbo en hbo vormen het kloppend hart van onze regionale economieën’, aldus de coalitiepartijen. Zij stellen studeren in het mbo gelijk aan studeren in hbo of wo. De subsidie voor praktijkleren blijft intact en de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) wordt aantrekkelijker gemaakt met betere begeleiding, meer instroommomenten en flexibeler wisselen tussen beroepsopleidende leerweg (BOL) en BBL.

De partijen erkennen in het akkoord dat een groeiend aantal studenten wordt geconfronteerd met financiële onzekerheid en prestatiedruk, wat bijdraagt aan hoge uitval in het mbo: ‘Zo dreigen we studenten te verliezen, terwijl de arbeidsmarkttekorten groot zijn’. Daarom wordt onder meer de financiële positie van BBL-studenten verbeterd en komt er een wettelijke stagevergoeding.

De maatschappelijke diensttijd (MDT) willen de partijen behouden om het burgerschap en de maatschappelijke weerbaarheid onder jongeren te versterken. De MDT is beschikbaar voor jongeren tussen twaalf en dertig jaar die niet deelnemen aan het militair dienjaar.

Jeugdzorg

Het coalitieakkoord stelt dat jeugdzorg nu te vaak wordt ingezet bij problemen die geen zorgprobleem zijn, zoals moeilijke thuissituaties. De aanspraken binnen de jeugdzorg worden daarom aangescherpt. De coalitie zet daarnaast in op preventie van mentale problemen, met vroege interventie en programma’s op school, in het werk en in de wijk. Ook wordt meer centrale regie aangekondigd om te voorkomen dat jongeren tussen wal en schip vallen bij overgangen tussen wetten, bijvoorbeeld rond de overstap naar volwassenheid.

Deel dit artikel

Gerelateerde Artikelen