Met gemengde gevoelens keek ik naar de excuses die minister Mirjam Sterk aanbood voor de misstanden in de gesloten jeugdzorg. Begrijp me goed; ik ben enorm blij dat ze er kwamen, die excuses, maar tegelijkertijd vind ik het moeilijk te bevatten dat we er als samenleving en overheid niet in slagen kwetsbare kinderen die aan onze zorg zijn toevertrouwd, te beschermen. In een systeem dat juist veiligheid en hulp had moeten bieden, kregen jongeren te maken met fysiek en mentaal geweld en raakten velen verder beschadigd.
Wat me brengt bij de vraag of we deze onmogelijke taak wel bij de overheid kunnen neerleggen. Of de zorg uit handen van ouders nemen niet altijd risicovol is. Of de overheid niet vooral moet faciliteren, een zorgzame samenleving mogelijk moet maken. Of we niet veel kleiner moeten beginnen, met het ondersteunen van gezinnen waar de opvoedtaken de ouders (tijdelijk) boven de pet groeien. Ik denk aan bijvoorbeeld de Stichting Buurtgezinnen, een sociale onderneming met als motto Opgroeien doen we samen. Gezinnen die het moeilijk hebben, worden gekoppeld aan een stabiel steungezin in de buurt. Zo wil Buurtgezinnen eraan bijdragen dat kinderen thuis in hun eigen gezin kunnen (blijven) opgroeien. Zo kan ernstige opvoedproblematiek wellicht voorkomen worden. Meer dan 145 gemeenten hebben zich sinds 2015 aangesloten en voor bijna 9.000 gezinnen is inmiddels een steungezin gevonden. De zorgzame samenleving in de praktijk.
Ik pieker verder en vraag me af hoe we kunnen voorkomen dat we over 20 jaar excuses moeten aanbieden aan de dan volwassen kinderen die nu geen passend onderwijs krijgen en thuiszitten, aan de jonge asielzoekers die van locatie naar locatie moeten verhuizen en daardoor hun recht op onderwijs niet kunnen verzilveren, aan de kinderen met een vrijstelling 5 onder b op wier ontwikkeling nu geen zicht is. We weten nu al dat de ontwikkeling van deze jeugdigen gevaar loopt en slagen er vooralsnog niet in het tij te keren. Kan de zorgzame samenleving ook hier een antwoord vormen? Ik geloof zeker in de meerwaarde van een nieuwe en nauwere samenwerking tussen burgers, maatschappelijke partijen en overheid. Maar eerst en vooral is er een andere houding nodig van overheid en beleidsmakers. Het vraagt bereidheid om te kijken naar individuen, naar wat zij nodig hebben om zich te ontwikkelen en een zelfstandig leven te kunnen leiden.
Excuses zijn belangrijk. Ze maken het verleden niet anders, maar bieden wel erkenning. En ze verplichten ons om het vanaf nu beter te doen. Dat begint met naar elkaar omkijken en samen bouwen aan een samenleving waarin we ons verantwoordelijk voelen voor elkaar.