Q&A

Op deze pagina vindt u vragen en antwoorden over de Leerplichtwet en de RMC-functie. Oudere vragen en antwoorden zijn op dit moment helaas niet meer beschikbaar. We hopen deze service op korte termijn te kunnen bieden.
 
Staat uw vraag er niet tussen? Gebruik het contactformulier om uw vraag te stellen. U ontvangt binnen drie dagen antwoord.

Hieronder vindt u de meest recente vragen. Klik op de vraag om het antwoord te zien.

 

  • Kan ik verlof verlenen voor het Suikerfeest?

    Het Suikerfeest 2012 valt op zondag 19 augustus. Dit is voor een aantal scholen de laatste dag van de vakantie (regio Midden voor  het  PO en regio Zuid voor het VO). De richtlijn voor het vieren van het Suikerfeest is 1 dag. Dit is in het verleden afgestemd met de imam. Het Suikerfeest duurt 3 dagen, maar volgens de imam is alleen de eerste dag echt van belang.

    Het Suikerfeest kan dus gevierd worden op zondag 19 augustus. Ouders die met hun kinderen in het buitenland het Suikerfeest willen vieren kunnen een beroep doen op vrijstelling wegens geloofsovertuiging (artikel 13 LPW). Geadviseerd wordt om het verlof in dat geval  voor 1 dag toe te kennen. Het feest kan dan op zondag 19 augustus worden gevierd. Op maandag 20 augustus kan de terugreis worden aangevangen,  zodat de kinderen op dinsdag 21 augustus weer terug zijn  op school.

    De leerplichtambtenaar kan de school adviseren een studiedag te plannen op 20 augustus wanneer  verwacht wordt dat voor een groot deel van de klas een beroep op vrijstelling wegens religieuze gronden zal worden gedaan.

  • Welke overgangsregeling geldt bij deelname aan de opleiding BOA nieuwe stijl?

    Als het basisexamen BOA (de ‘ouderwetse’ BOA opleiding) in 2010 of 2011 is afgelegd kan men in 2012 direct instromen in de BOA opleiding nieuwe stijl. Naar verwachting start de nieuwe BOA opleiding in het derde kwartaal van 2012. De precieze overgangsregeling wordt vastgesteld door de examencommissie.

  • Kan een instelling als feitelijk verzorger worden gezien en op die basis vervolgd worden?

    In algemene zin: feitelijk verzorger is degene die voor het belangrijkste deel dagelijks de praktische verzorging van het kind op zich heeft genomen. In de praktijk zijn dit ook vaak familieleden zonder gezag (denk aan oma of ouder, zonder gezag). Dit kan dus ook een instelling zijn waar het kind grotendeels verblijft.

    Het advies is wel om hier terughoudend mee om te gaan. Geef eerst heel duidelijke waarschuwingen en ga in gesprek met de leiding. Wijs ook op het duidelijke voornemen om proces-verbaal op te maken als er geen verbetering optreedt (ook cc richting bestuur/hoofd). Ervaring leert dat dit meestal voldoende is om verbetering te bewerkstelligen en voorkomt dan toch ongemakkelijke procedures, want er is meestal geen sprake van onwil maar wel van gebrek aan toezicht of grote werkdruk of een andere lastige situatie. Zeker geen reden om geen actie te ondernemen, maar wel reden om eerst gelegenheid te geven juiste maatregelen te nemen, doet men dat niet dan heb je ook een goed verhaal voor de rechter.

    Een verklaring van de instelling dat zij niet bij machte zijn is niet voldoende, zij zijn als feitelijk verzorger verantwoordelijk voor het geregeld schoolbezoek van deze jongere. Het is ter beoordeling van de leerplichtambtenaar/officier van justitie of zij tevens verwijtbaar zijn, waardoor er een proces-verbaal opgemaakt kan worden tegen de instelling.

  • Is er voor scholen een wettelijke termijn vastgesteld voor het bewaren van verlofaanvragen?

    In het Vrijstellingsbesluit wet bescherming persoonsgegevens is in artikel 19 lid 5 opgenomen dat persoonsgegevens worden verwijderd uiterlijk 2 jaren nadat de studie is beëindigd, tenzij de persoonsgegevens noodzakelijk zijn voor het voldoenaan een wettelijke bewaarplicht.

    Als een leerling dus de school heeft verlaten moet 2 jaar na dato het leerlingendossier worden verwijderd. Verlofaanvragen zijn onderdeel van het leerlingendossier en worden dus samen met het leerlingendossier verwijderd.

  • Kan een leerling VSO REC 4 een vrijstelling krijgen voor 7 dagdelen ivm een Zorgboerderij ?

    Als de zorgindicatie Zorgboerderij opgenomen is in het handelingsplan van deze leerling, dan valt dit onder onderwijstijd en is er dus geen vrijstelling nodig. Als de rec-school deze plaatsing bekostigd is alles in orde.
    Er ontstaat wel een probleem als de zorgboerderij bekostigd moet worden uit AWBZ middelen. Het CIZ heeft namelijk de volgende tekst in zijn indicatiewijzer opgenomen:

    Bij vrijstelling van inschrijving op grond van artikel 5 onder a van de Leerplichtwet (aangetoonde lichamelijke of psychische ongeschiktheid tot het volgen van onderwijs) vervalt de voorliggendheid van het onderwijs op de AWBZ. De leerling is niet meer ingeschreven bij een school. In dit geval ontstaat er een mogelijkheid voor BG groep.
    Deze vrijstelling van inschrijving wordt in eerste instantie afgegeven voor een schooljaar, en is altijd voor de volledige schoolweek. Na afloop van de vrijstelling moet de leerling, als hij weer onderwijs gaat volgen, opnieuw worden aangemeld bij een school.

    Notabene: in geval van onderwijs op een school voor speciaal onderwijs moet opnieuw de indicatieprocedure voor toelating tot een clusterschool worden doorlopen.
    Leerlingen die tijdelijk niet meer naar school (kunnen) gaan of die slechts een aantal uren/dagdelen per week naar school gaan behouden hun inschrijving op school. In deze situaties geldt dat in de periode en voor de uren dat een leerling niet naar school gaat geen beroep kan worden gedaan op de AWBZ in de vorm van BG groep.

    Het is hierbij niet relevant wat de reden is dat geen onderwijs kan worden gevolgd of waarom een vrijstelling van geregeld schoolbezoek wordt gegeven. Ziekte van de leerling, thuisonderwijs omdat ouders zich niet kunnen verenigen met de onderwijsmethoden en/of gedragsproblemen leiden niet tot een aanspraak op BG groep. De afwezigheid gaat in deze gevallen niet gepaard met het op school uitschrijven van deze leerling. Er kan wel een aanspraak zijn op andere functies zoals PV, VP, BG individueel of BH groep.

    Een zorgboerderij is een BG groep. Als er dus een betaling uit de AWBZ middelen moet plaatsvinden voor de plaatsing bij de zorgboerderij, zal de leerling vrijgesteld moeten worden van de inschrijvingsplicht. Dit is uiteraard geen wenselijke situatie, alleen dat is wel de regelgeving van dit moment. Vanuit Ingrado wordt er aan gewerkt om dit probleem en deze onwenselijke situatie bij de verschillende Ministeries onder de aandacht te brengen.

  • Mogen PO-scholen volgens de onderwijsinspectie 3-daagse lesweken hanteren?

    Het handhaven van de onderwijstijd in het PO is afgeleid van de Nederlandse wetgeving. De richtlijn van de onderwijsinspectie is het voorkomen van schoolweken korter dan 3 dagen. Hieronder kunt u de richtlijnen van de inspectie terugvinden.

    •         In een schoolweek wordt aan de leerjaren 3 t/m 8 in beginsel op niet minder dan vijf dagen onderwijs gegeven. Dit uitgangspunt geldt niet voor de leerjaren 1 en 2; leerlingen uit de groepen 1 en 2 kunnen dus een weekrooster hebben dat structureel uitgaat van 4 of nog minder schooldagen.

    •         Scholen mogen niettemin voor de groepen 3 tot en met 8 maximaal 7 keer per jaar een onvolledige schoolweek inroosteren. Dit is naast de weken waarin een algemene feestdag valt of waarin, naar plaatselijk gebruik, traditioneel een vrije dag wordt gegeven.

    •         Scholen mogen in principe voor de groepen 3 tot en met 8 geen driedaagse of nog kortere schoolweken inroosteren. Er zijn 3 uitzonderingen:

    1.      Een algemene uitzondering vormen de weken waarin een algemene feestdag valt of waarin naar plaatselijk gebruik traditioneel een vrije dag wordt gegeven. Te denken valt aan de week waarin de Tweede Paasdag, Koninginnedag of de Tweede Pinksterdag valt. Onvolledige schoolweken die ontstaan door niet-christelijke feestdagen (bijv. suikerfeest, offerfeest, holi, divali), tellen evenmin mee (niet-christelijke feestdagen worden echter wel afgetrokken van de onderwijstijd). Dit zijn dus toegestane onvolledige weken die niet meetellen bij het vaststellen van het maximumaantal van 7 onvolledige schoolweken. In die gevallen kan er ook een schoolweek van drie dagen of nog korter voorkomen.

    Dat doet zich bijvoorbeeld voor als scholen op de donderdag van Hemelvaart gesloten is en ook op de daaropvolgende vrijdag. Of als men de meivakantie op Koninginnedag laat beginnen en Koninginnedag niet op maandag of dinsdag valt.

    2.      Indien een school het gewenst acht voor de ontwikkeling van de school bij uitzondering een tweedaagse studiebijeenkomst voor het team te beleggen. Indien deze is opgenomen in de jaarplanning, overeengekomen met de medezeggenschapsraad en gecommuniceerd met de ouders, dan wordt dit toegestaan. Zo’n driedaagse schoolweek telt wel mee aan de maximaal 7 onvolledige schoolweken.
    3.      Een driedaagse schoolweek als gevolg van het plannen van een studiedag voorafgaand aan of volgend op een algemene feestdag. Bijvoorbeeld een studiedag op de dinsdag na Pasen of Pinksteren. Zo’n driedaagse schoolweek telt wel mee voor de maximaal 7 onvolledige schoolweken.

    Eén of twee daagse schoolweken als gevolg van een studie- of vrije dag zijn niet toegestaan, tenzij Koninginnedag op woensdag valt.

    •         Een school kan, als gevolg van de regeling spreiding zomervakantie, de zomervakantie verlengen met ten hoogste 2 dagen voorafgaand aan of volgend op de door de overheid vastgestelde vakantieperiode. Een driedaagse schoolweek die als gevolg van deze regeling ontstaat is toegestaan. De drie- of vierdaagse schoolweek die hierdoor ontstaat telt wel mee als één van de zeven onvolledige schoolweken.

    •         Door middel van een overzicht van vakantie en vrije/studiedagen in de schoolgids moet voor ouders duidelijk zijn in welke weken slechts vier dagen wordt lesgegeven, zodat ouders al voor het begin van het schooljaar hiervan op de hoogte zijn.

  • Kan een school activiteiten in de avond verplicht stellen?

    De Leerplichtwet spreekt van dagonderwijs in artikel 1. Bij de begripsbepalingen blijkt dat onderwijs overdag plaatsvindt. Onder lestijd wordt het reguliere rooster verstaan.

    Zie ook www.avs.nl

  • Kan een kind dat is vrijgesteld (artikel 5 onder b Lpw) voor gewenning op school worden geplaatst?

    Ouders hebben voor hun kind een vrijstelling van inschrijvingsplicht. Zodra zij hun kind op een school plaatsen vervalt de vrijstelling.

    Ouders kunnen dus niet als proef hun kind op een school laten meedraaien, want zij hebben bedenkingen tegen de richting van het onderwijs.

  • Tot welke leeftijd moet een zmlk-leerling op school ingeschreven blijven?

    In artikel 4a lid 2 van de Leerplichtwet staat dat een zmlk-leerling na de volledige leerplicht niet kwalificatieplichtig wordt, dus aan het einde van een schooljaar waarin de leerling 16 jaar is geworden..
    Dit betekent dat een zmlk-leerling aan het einde van de volledige leerplicht mag stoppen met school of als hij op school blijft op ieder moment na de volledige leerplicht.

  • Mogen 18 minners met of zonder startkwalificatie vanwege verzuim uitgeschreven worden bij het ROC?

    Het MBO mag  deelnemers die vallen onder de werking van de Leerplichtwet 1969 niet uitschrijven. Behalve als zij ingeschreven worden op een andere instelling of bij een verwijderingprocedure na 8 weken inspanningsverplichting zonder succes. Doet de school dit toch dan handelt zij in strijd met de leerplichtwet en de Wet educatie- en beroepsonderwijs.

  • Hoe om te gaan bij in- en uitschrijving van een leerling bij gescheiden ouders?

    Iedereen die de verzorging van een kind op zich heeft genomen kan dat kind op een school doen inschrijven en eventueel doen uitschrijven. De enige voorwaarde bij inschrijving is dat ingevolge artikel 2 lid 1, 2e volzin van de leerplichtwet, artikel 40b Wet op het primair onderwijs (WPO), artikel 42a van de Wet op de expertisecentra (WEC), artikel 27b Wet op het voorgezet onderwijs (WVO) en artikel 8.1.1a van de Wet educatie- en beroepsonderwijs (WEB), bij inschrijving bepaalde persoonsgegevens over de leerling moeten worden overlegd, veelal in de vorm van een bewijs van uitschrijving van een andere school.

    De verplichting van de ontvangende school beperkt zich alleen tot het controleren of die gegevens worden overlegd. Dat is alles. De school die inschrijft behoeft zich dus niet af te vragen of een verzorger die om inschrijving verzoekt daarvoor toestemming heeft van de met het gezag belaste ouder of de beide met het gezag belaste ouders.

    Mocht een met het gezag belaste ouder het niet eens zijn met de inschrijving van het kind op een school dan gaat die ouder, zo nodig, de volgende dag naar die school terug om het kind weer uit te doen uitschrijven en het elders weer in te laten schrijven. Dat kan zich ook voordoen als de beide met het gezag belaste ouders het onderling niet eens zijn.

    Ouders met gezamenlijk gezag kunnen gezamenlijk of afzonderlijk een verzoek indienen bij de rechter om een uitspraak over te doen over de uitoefening van het gezag. Hier valt de schoolinschrijving ook onder. De rechter handelt een dergelijke vraag binnen 6 weken af, zie artikel 1:253a burgerlijk wetboek. De school staat daar volledig buiten.

  • Als een school een leerling in het eindexamenjaar schorst, mag de leerling dan mee doen aan examens?

    Als het schorsen in afwachting van verwijdering betreft, artikel 14 van het Inrichtingsbesluit WVO, dan moet de school de leerling in staat stellen zijn examen te doen.
    Dit is een afspraak tussen het scholenveld en de onderwijsinspectie (gentlemen’s agreement).

    Als de leerling geschorst is op grond van artikel 13 van datzelfde Inrichtingsbesluit dan moet hij na vijf schooldagen weer tot de lessen worden toegelaten.

E-Bulletins ontvangen?

Schrijf u in voor de nieuwsbrief!

Vul hieronder uw naam en email adres in.

Advertenties
wat is uw mening?

Het wordt hoog tijd dat iedere school flexibele onderwijstijden mag hanteren.


E-mail uw tip of suggestie

Heeft u een tip of suggestie mail deze naar:

info@ingrado.nl