Vraag & antwoord: Vrijstellingen

Categorie: Vrijstellingen
donderdag 6 februari 2014

Vliegend personeel heeft een minimale mogelijkheid (ongeveer een maal per vijf jaar volgens de CAO) om als gezin op vakantie te gaan in de piekperiode. Toen in 1969 de leerplichtwet van kracht is geworden, inclusief de Memorie van Toelichting, was van een dergelijke problematiek niet of nauwelijks sprake. Dit artikel was in de wet opgenomen om zelfstandigen binnen de agrarische of toeristische sector wel de mogelijkheid te bieden om met het gezin op vakantie te gaan. Inmiddels, ruim 40 jaar later, blijkt de wet niet geheel met zijn tijd mee te gaan en loopt in dit geval het vliegend personeel tegen een probleem aan.

Het is dan ook goed voor te stellen, dat schooldirecteuren gezinnen waarvan een van de ouders beroepsvlieger is, buiten de reguliere vakanties toestemming geven om op vakantie te gaan. Daarmee handelen zij in de geest van de wet. Zij mogen dit verlof tot tien dagen verlenen. De schooldirecteuren zijn de enige die hiertoe voor de wet bevoegd zijn.

Het advies aan de schooldirecteuren is om goede afspraken te maken met de ouders. Als ouders wel in de gelegenheid zijn om in de piekperiode hun gezinsvakantie te hebben (waarschijnlijk eens in de vijf jaar volgens de CAO), dan dienen zij daar ook gebruik van te maken. Het verlof mag nooit in de eerste twee weken na de zomervakantie genoten worden (artikel 13a lid 2 Leerplichtwet).

De schooldirecteur dient alert te zijn op precedent werking van het besluit. Adviseer de directeur in het toekenningsbesluit te motiveren, dat het besluit op basis van voorkennis tot stand is gekomen en dat dit uitsluitend van toepassing is voor vliegend personeel. Adviseer de ouders, of laat de schooldirecteur de ouders adviseren, eerst het vakantieverlof aan te vragen voordat ze een reis gaan boeken. Dit voorkomt dat schooldirecteuren voor een voldongen feit geplaatst worden.

update

Op 8 maart 2013 heeft de rechtbank in Den Bosch een uitspraak gedaan over vrijstelling geregeld schoolbezoek wegens de specifieke aard van het beroep betreffende vliegeniers

Deze uitspraak volgt niet het advies, dat Ingrado heeft geformuleerd betreffende het vliegend personeel. In dit advies hebben we beschreven dat het vliegend personeel, indien zij aantonen, middels afwijzingen van de aangevraagde vakanties gedurende de schoolvakanties, vrijstelling van geregeld schoolbezoek kunnen krijgen. Het personeel krijgt meestal slechts eenmaal per 5 jaar een vakantie tijdens de voorkeurperiode toegewezen.

Op 8 maart diende een dergelijke zaak bij de rechtbank Den Bosch. Ouders hadden voor hun zoon vrijstelling aangevraagd bij de schooldirecteur in verband met de specifieke aard van het beroep. Vader is piloot. De schooldirecteur heeft het verzoek afgewezen en ook in bezwaar werden de ouders niet in hun gelijk gesteld. Werken als piloot  betekent niet dat hij niet op gezinsvakantie kan gaan en bovendien zit de leerling zit in een speciale klas, krijgt extra begeleiding en zal het missen van een lesweek nadelig zijn voor zijn schoolloopbaan, was de argumentatie. 

Ouders zijn vervolgens in hoger beroep gegaan bij de rechtbank tegen het besluit.

De rechter oordeelde het beroep als ongegrond. De specifieke aard van het beroep piloot brengt niet zonder meer mee dat het onmogelijk is om in de schoolvakanties verlof op te nemen. Het is niet het beroep piloot dat verhindert om gedurende schoolvakanties op vakantie te gaan, maar wel de daaraan verbonden arbeidsvoorwaarden. In dit geval hebben de ouders bij de werkgever geen uitdrukkelijk verzoek gedaan om niet ingeroosterd te worden, maar was er slechts een brief in algemene bewoordingen naar aanleiding van een verlofaanvraag. Ook hebben de ouders geen inzage gegeven in de wijze waarop de verlofdagen de voorgaande jaren zijn opgenomen zodat het onduidelijk is of het niet kunnen opnemen van verlof gedurende de schoolvakanties een gevolg is van eerder gemaakte keuzes of van het gevolgde puntensysteem in verband met toekenning van verlofdagen.

Daarnaast is er een afweging gemaakt of het persoonlijk of het onderwijsbelang dient te prevaleren Het feit dat vorig schooljaar een dergelijke verlofaanvraag is toegewezen doet nu niet ter zake aangezien de schoolsituatie van de leerling is gewijzigd. Het beroep is daarom ongegrond.

Het eerder gegeven advies van Ingrado blijft wel in stand. Ouders dienen wel heel duidelijk, dus ook met terugwerkende kracht aan te tonen dat zij op basis van de specifieke aard van hun beroep als zijnde vliegend personeel, geen aanspraak kunnen doen op de schoolvakanties. Ouders dienen nadrukkelijk een afwijzing te hebben voor alle schoolvakanties!

Het blijft uiteraard een besluit van de schooldirectie. Uit de beschreven uitspraak van de rechter blijkt dat ook deze hierin zijn eigen afweging maakt per individuele casus.

Lees de volledige uitspraak.

Categorie: Vrijstellingen
maandag 12 augustus 2013

Ieder beroep betreft een individueel kind en dient dan ook afzonderlijk behandeld te worden. De vrijstelling geldt ook per kind.

Er kunnen in een gezin kinderen vrijgesteld zijn op grond van artikel 5 onder b en andere kunnen onderwijs volgen.

De rechter heeft in het verleden uitgesproken dat een beroep per kind geldt en dat dit dus mogelijk is.

De beroepen dienen dus afzonderlijk behandeld te worden volgens de procedure.

Categorie: Vrijstellingen
dinsdag 9 april 2013

Artikel 5a van de leerplichtwet (Lpw) gaat over beroep op vrijstelling van inschrijvingsplicht. De verantwoordelijke personen doen een beroep op de vrijstellingsgrond die de lpw biedt. Alleen moeten zij voldoen aan de voorwaarden van de lpw artikel 5a en 6 en artikel 1 en 2 van het Besluit vrijstelling leerplicht trekkende bevolking.

Voldoen zij hieraan dan ontstaat vrijstelling van rechtswege.

Als leerplichtambtenaar moet je dus alleen maar de voorwaarden van de regelgeving nagaan en de vrijstelling wel of niet accepteren. Dat de leerling achterstand op loopt is voor de leerling vervelend, maar dat heeft niets met de voorwaarden te maken.
 

Categorie: Vrijstellingen
vrijdag 21 december 2012

Indien het 5 onder a Lpw betreft dan kan er eigenlijk geen verkeerde informatie zijn verschaft, omdat er een verklaring van een onafhankelijke arts is, die gedegen onderzoek heeft verricht. Bovendien dienen ouders op grond van artikel 5 onder a Lpw geen aanvraag in, maar zij doen een beroep op een vrijstelling van rechtswege.

Er valt dus niets in te trekken, want er is geen besluit genomen. Indien omstandigheden wijzigen is het aan de ouders om hun kind in te schrijven, waardoor de vrijstelling automatisch vervalt.

Indien het een aanvraag is op grond van art. 11 onder g Lpw, dan is het mogelijk om een besluit in te trekken, als het besluit is genomen op grond van onjuiste gegevens, die bewust onjuist zijn verstrekt.

Categorie: Vrijstellingen
vrijdag 21 december 2012

Als ouders zich beroepen op artikel 5 onder a Lpw en ze voldoen aan de gestelde voorwaarden (artikel 6 en 7 Lpw):

  • Kennisgeving ingediend voor 1 juli
  • Verklaring van een onafhankelijke, niet zijnde behandelende arts, aangewezen door het college van B&W, waaruit blijkt dat een jongere op basis van psychische of lichamelijke ongeschiktheid niet in staat is om onderwijs te volgen.

Dan zijn ouders van rechtswege vrijgesteld van de inschrijvingsplicht. Aan een dergelijke vrijstelling kunnen geen voorwaarden worden verbonden. Ouders hebben hier recht op.