“We werken vaak met kwetsbare jongeren, maar ze weten vaak heel goed zelf wat goed voor hen is.”

Tijdens de Dag van de Leerplicht presenteerde Ingrado het RMC Manifest. Hierin vertalen we een droom; inzet voor álle minder zelfredzame jongeren, één regievoerder en maatwerk door afstemming van wet- en regelgeving, naar een ambitie. Die droom en de ambitie kwamen niet uit het niets. We vroegen o.a. vijf professionals om hun visie op de RMC. Die delen we de komende tijd met jullie. Dit keer: Thijs Duysens, RMC-coördinator bij subregio Waterland, de deelgemeenten rond Amsterdam. Wij vroeg hem naar zijn toekomstdromen voor de RMC. 



Kun je iets zeggen over je droom?  

“Jazeker. Mijn droom is dat de jongere centraal staat. Dat we op casusniveau kijken wat deze ene jongere in deze specifieke situatie nodig heeft. Dit klinkt misschien logisch, maar nu staat nog veel te vaak het beleid of de geldstroom centraal. We moeten meer ontschotten en dingen vloeiender laten verlopen. Nu zijn er nog veel perverse prikkels. Scholen worden bijvoorbeeld afgerekend als een jongere geen diploma haalt, waardoor ze niet meer breed durven mee te kijken en mee te denken over oplossingen voor de jongeren.

Sommige jongeren zijn nou eenmaal beter op hun plek op de arbeidsmarkt en het zou fijn zijn als scholen bijvoorbeeld de overgang van school naar werk mee begeleiden in plaats van dat ze de focus houden op het diploma. Ook kan bijvoorbeeld de afdeling participatie beter betrokken worden. Nu doen ze niets in de scholen en wachten ze tot de jongere in beeld komt als hij een uitkering aanvraagt. Daar kan preventief al iets gebeuren.”

Wat gun je de jongeren? 

“Dat ze goed geholpen worden en een plek krijgen die bij hen past. Dat gaat niet altijd. Daarvoor moet de RMC’er ook zijn focus verleggen. Je kunt de jongeren niet helpen door alleen maar oog te hebben voor onderwijs. Vaak spelen er gestapelde problemen en is uitval op school slechts een symptoom daarvan. Daarom is het nodig de domeinen zorg, onderwijs en arbeid te verbinden en met ketenparters te bekijken wat nodig is. We hebben de vrijheid elkaar op te zoeken, maar het gebeurt niet altijd. Ook door het beleid waarover ik het al had.”

Hebben jongeren dan iemand nodig die het overzicht houdt? 

“Natuurlijk is dat nodig, maar dat hoeft niet per se een RMC-medewerker te zijn. Soms hebben RMC’ers het idee dat ze de jongeren kennen en dat ze weten wat er nodig is, maar dat is echt niet altijd zo. Een mentor van school, een oom, tante of neef kan de jongere soms beter bij de hand nemen en het overzicht bewaren. We moeten dat dus eigenlijk bij de jongeren laten en hen laten kiezen wie ze vertrouwen. Ze weten zelf vaak heel goed met wie ze een goede klik hebben.

Soms zien jongeren wel twintig hulpverleners en andere partners in een jaar. Zeker bij jongeren met gestapelde problemen is dat geen uitzondering. Het is heel goed dat er dan een regievoerder is en het is belangrijk dat die regievoerder een betrouwbare partner is en dat bijvoorbeeld gebeurt wat is afgesproken. Dat kan dus iedereen zijn. Het is dan wel de taak van de RMC om op de achtergrond te monitoren dat een jongere in beeld is en passende hulp krijgt.”

Zijn er nog barrières weg te nemen? 

“Zeker wel. We hebben wel vrijheid om samenwerking zelf te organiseren en op casusniveau gebeurt er veel. Met onderwijs en arbeid gaat het best goed. Het is immers best goed waarneembaar of een jongere werkt of in de klas zit, maar met zorg is die informatiestroom lastiger. Dan is een jongere uit beeld en weet je niet zomaar dat hij is aangemeld bij de WMO. Dit komt omdat RMC wettelijk de beschikking heeft over werk- en opleidingsgegevens. Zorg- en WMO-gegevens horen hier (nog) niet bij waardoor we deze informatie niet hebben. De AVG wet maakt delen nu ingewikkeld. Maar verder ervaar ik echt veel vrijheid om zaken te regelen.

Het is de taak van de RMC’er om verbindingen te leggen tussen de domeinen en die verbindingen liggen niet automatisch vast. Ze zijn niet verankerd in wetgeving en daardoor zijn er grote verschillen tussen de regio’s. Bij ons is Sociale Zaken bijvoorbeeld gehuisvest naast het Jongeren Loket, maar in andere regio’s zie je soms dat ze nog teveel gericht zijn op alleen het onderwijs. Dat is zonde. Jongeren zijn soms echt beter op hun plek op een werk(ervarings)plek of binnen de zorg.”


Ingrado nieuws ontvangen?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Vul hieronder jouw naam en email adres in


We gebruiken de gegevens die je hierboven invult uitsluitend voor onze nieuwsbrief. Je kunt je op elk moment afmelden. Bekijk onze privacyverklaring.