‘Ik krijg er energie van als we er samen in slagen jongeren een goed toekomstperspectief te bieden’

Karin Heijligers

RMC-coòˆrdinator Regio Nijmegen

Ik ben opgegroeid in Asten, als de jongste uit een gezin van 3 kinderen. Mijn moeder zegt wel eens dat ik uit liefde geboren ben omdat mijn oudere zus en ik maar een klein jaar met elkaar schelen. Mijn ouders hadden het goed samen en ik herinner me mijn jeugd als warm en liefdevol. Er was ruimte voor vriendjes en vriendinnen, die vaak mochten blijven eten. Wat ik van hen meekreeg, is dat ik voor niemand onder hoefde te doen. 

 


Mijn vader was accountant, mijn moeder was pedicure en werkte ook in een verzorgingstehuis. Beiden kwamen uit een agrarische familie. Mijn vader en moeder gaven me veel vertrouwen en zetten me nooit onder druk om te presteren. Hun motto was: hard werken en goed genieten. Toen ik een studie moest kiezen, wilde ik een studie waarbij ik veel van de wereld kon zien. Het werd sociale geografie, onderdeel van Beleidswetenschappen. Ik had altijd al een fascinatie voor andere mensen en volkeren, voor verre landen, zat altijd in de bosatlas te bladeren. Niet zozeer de landen op zich boeiden mij, maar vooral de leefwereld van mensen. Ik wilde met eigen ogen zien hoe mensen leefden in andere omstandigheden en op andere plekken. Die nieuwsgierigheid bracht me op verschillende bestemmingen. Zo deed ik onderzoek in Zuid-Afrika in het laatste jaar van mijn studie. Dat was spannend en leerzaam en wat het mij vooral bracht was inzicht in mijn eigen veerkracht.


Ondersteunen van ontwikkeling

Je staande houden in de wereld, is het thema waar het in mijn werk voor jongeren om draait als RMC coördinator, al heb ik persoonlijk nauwelijks contact met de jongeren zelf. Voordat ik in deze functie kwam  - en dat is nog maar 1,5 jaar - was ik strategisch adviseur rondom regionale samenwerking en daarvoor wijkmanager, waarbij ik de verbindende schakel was tussen bewoners en de gemeente bij wijkvernieuwing en overlast situaties. Terugkijkend op de banen die ik heb gehad, heb ik me afwisselend gericht op strategische vraagstukken en ben ik op microniveau actief geweest in de leefomgeving. Ik werk nu voor de 7 gemeenten in het Rijk van Nijmegen. Daarbij moet ik voortdurend schakelen van bestuur en beleid naar uitvoering. Hoe zorgen we ervoor dat we het systeem op orde hebben, zodat jongeren ook zonder een startkwalificatie naar werk, terug naar onderwijs of zinvolle dagbesteding worden begeleid? Hoe houden we zicht op uitval en hoe versterken we de samenwerking tussen VO, MBO en de arbeidsmarkt?

 

Hoe meer we erin slagen om jongeren een perspectief te bieden en ze naar duurzaam werk te begeleiden, hoe beter ze in staat zijn om zichzelf staande te houden in de maatschappij

 

Afstemmen op wat nodig is

Hoe meer we erin slagen om jongeren een perspectief te bieden en ze naar duurzaam werk te begeleiden, hoe beter ze in staat zijn om zichzelf staande te houden in de maatschappij en des te minder ze afhankelijk worden van bijvoorbeeld een uitkering. Scholing biedt zeker een basis voor de toekomst, maar ik zie ook dat voor sommige jongeren maatwerk oplossingen nodig zijn. Soms is school simpelweg niet de beste optie. Het is telkens een afweging maken tussen wat werkt voor grote groepen en anderzijds maatwerk bieden. Aansluiten op wat je tegenkomt in de praktijk en niet persé is ingebed in beleid. In de regio Nijmegen hebben we een succesvolle aanpak, die gebaseerd is op nauwe samenwerking tussen de voortgezet onderwijs scholen, de vakopleidingen van het ROC Nijmegen en Helicon Nijmegen, de gemeenten en werkbedrijven waar jongeren stages lopen en ervaringen opdoen.


Trots op collega’s

Ik voel me omringd door zeer betrokken en kundige mensen vanuit verschillende organisaties. Zij maken daadwerkelijk het verschil voor de jongeren. In de begeleiding bij verzuim, de overstap naar een andere school tot en met de nazorg als jongeren hun plaats gevonden hebben. Iedereen is bereid om een stapje extra te doen om de gezamenlijke ambities waar te maken.  Dit kan alleen als er sprake is van onderling vertrouwen. Daarom investeren we nadrukkelijk in de kwaliteit van de relatie. Protocollen en werkafspraken zijn nodig maar daarmee maak je het verschil niet. Het vakmanschap dat je verder brengt, is het benutten van de kracht van mensen. Iedereen moet elkaar weten te vinden in het netwerk. Ik denk dat daar ook mijn persoonlijke kwaliteit ligt. De spil zijn in het speelveld van beleid en praktijk, luisteren naar wat er leeft en dat zodanig vertalen naar het bestuurlijk niveau, dat daar de juiste beleidskeuzes worden gemaakt.


Nieuwe routes vinden

Gelukkig kijken we allang niet meer uitsluitend naar de cijfers van verzuim en voortijdig schoolverlaten. Het gaat om duurzame begeleiding en uitstroom, zorgen dat jongeren de juiste ondersteuning krijgen en een goede basis hebben om op voort te bouwen. Dat ze weten wat hun mogelijkheden zijn, waar hun talenten liggen en eigen keuzes kunnen maken. Ook voor uitvallers in niveau 2, 3 en 4 moeten we duidelijke routes naar arbeid inrichten. Dat houdt onder andere in dat we op school toekomstgesprekken voeren, dat we tijdig in beeld hebben wie er dreigt uit te vallen en wat we gezamenlijk kunnen doen om dat te voorkomen. Het is een achterhaald idee dat je onderwijscarrière op je 23e zou stoppen. Niet iedere jongere doorloopt een zelfde ontwikkeling of kan voldoende prioriteit geven aan het onderwijs. Zeker wanneer je daarnaast nog de zorg hebt voor een zieke vader, de kost moet verdienen voor het gezin of er problemen thuis zijn. Dan moet je van de gebaande paden afwijken en zoeken naar een passende oplossing, binnen de kaders maar ook daarbuiten als het nodig is.


Anders kansen creëren

Een ‘one size fits all’ benadering blijft ingewikkeld. Uitzonderlijke casussen vragen immers om onconventionele oplossingen. Dat neemt niet weg dat we samen kunnen blijven zoeken naar succesfactoren, want die zijn er wel degelijk. Naar mijn idee gaat het vooral om het aanbrengen van nieuwe accenten die jongeren in beweging brengen, die motiveren, zodat ze op hun plek komen. Het zou mooi zijn als we anders gaan kijken naar diplomering. In plaats van opleiden tot een vastomlijnde baan, zouden we veel meer moeten werken aan talentontwikkeling en vaardigheden. Ik geloof dat vaardigheden als nieuwsgierigheid, problemen kunnen oplossen, aanpassingsvermogen en communicatie steeds belangrijker worden. De banen van de toekomst bestaan immers nu nog niet. Daarbij moeten jongeren de mogelijkheid hebben om gemakkelijker te switchen en leren en werken te combineren.


Kijken naar het geheel

Met de schoolbesturen kijken we naar kansberoepen, onder andere in de zorgsector. Zo zijn er aangepaste lesprogramma’s ontwikkeld voor asielzoekers, bijvoorbeeld binnen de koksopleiding, want er was een groot tekort aan koks. Mijn rol is het verbinden van partijen, het faciliteren van processen en ervoor zorgen dat onderwijs, zorg en werk zo dicht mogelijk rond de jongeren worden georganiseerd. We blijven uitleggen dat de problematiek van jongeren slechts zelden te maken heeft met het onderwijs zelf. Onderwijs is inderdaad belangrijk, maar het papiertje alleen is geen garantie voor succes op de arbeidsmarkt. En andersom, ook zonder startkwalificatie kun je zeer succesvol zijn.


Een dankbaar beroep

Dankzij Ingrado kan ik gemakkelijk contact onderhouden met collega’s in het land. Ik kan er bovendien kennis halen en ze behartigen onze belangen bij het ministerie van OCW.  Ik vind dat ik een betekenisvol beroep heb. Een beroep waarvoor ik een hele tijd geleden de kiem heb gelegd in mijn allereerste baan als ontwikkelingswerker in Mongolië. Ik begeleidde toen dropouts, jongeren van 13-20 jaar die al een tijdje niet meer naar school gingen, onder andere omdat ze thuis moesten meehelpen op het land. Met de ondersteuning van de Britse ambassade en microkredieten zorgden we ervoor dat die jongeren programma’s konden volgen waarmee ze leerden om groenten te verbouwen, kleding te maken, een bedrijfje op te zetten en computer skills te ontwikkelen. Het voelde goed om een bijdrage te kunnen leveren aan de toekomst van die jongeren, zodat ze in hun eigen onderhoud konden voorzien. Het was dankbaar werk omdat ze heel concreet werden geholpen bij het benutten van hun talenten, vaardigheden en vakmanschap. Ik besef me nu, 20 jaar later, dat het daar nog steeds om draait in mijn huidige baan en ben dankbaar voor mijn bescheiden bijdrage daaraan. Want uiteindelijk willen we voor iedere Mongoolse of Nijmeegse jongere hetzelfde: een goed toekomstperspectief. 


Karin is een van de mensen die aan het woord komen in Trots op je Vak! Ze vertelt wat haar beweegt en over haar werk. Ingrado maakte deze serie portretten van leerplicht- en RMC-professionals. Vijf verschillende mensen, maar een ding hebben ze gemeen: ze zijn trots op hun vak!


Ingrado nieuws ontvangen?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Vul hieronder jouw naam en email adres in


We gebruiken de gegevens die je hierboven invult uitsluitend voor onze nieuwsbrief. Je kunt je op elk moment afmelden. Bekijk onze privacyverklaring.