Als er zorgen zijn over een leerling zal de school, over het algemeen, in eerste instantie zelf het signaal oppakken en ermee aan de slag gaan. Voordat u een melding krijgt, zou een leerling dan ook al in het ZAT besproken moeten zijn.
Het is dus zaak om met scholen goed af te stemmen hoe de zorg wordt ingericht. Wat betreft de scholen kunt u kijken naar:
• interne zorgstructuur
• externe zorgstructuur
Interne zorgstructuur
Docenten en mentoren zien als eerste dat er iets aan de hand is met een leerling. De prestaties gaan opeens achteruit, het gedrag in de klas verandert, er zijn veel ziekmeldingen enzovoort. Dit zijn signalen voor een school om te bespreken met leerling en ouders.
De meeste scholen hebben intern begeleiders, zorgcoördinatoren, een schoolarts of -verpleegkundige en/of school maatschappelijk werk. Samen met deze professionals kan de school kijken wat er aan de hand is en welke vorm van hulpverlening passend is.
Mocht blijken dat de problemen groter zijn en niet kunnen worden opgelost, dan is het zaak om in overleg met de ouders de leerling in het ZAT te bespreken.
Externe zorgstructuur
Het ZAT kan worden gezien als een externe zorgstructuur. Het is een multidisciplinair samenwerkingsverband dat de school ondersteunt bij het vroegtijdig signaleren van belemmeringen bij leerlingen. Daarnaast helpt het ZAT vragen die betrekking hebben op de belemmeringen vraaggericht, doeltreffend en efficiënt af te handelen. Het ZAT is onderdeel van een bredere infrastructuur voor hulp en zorg. Het wordt als overlegvorm én als netwerk benut wanneer schoolinterne interventies niet afdoende blijken.
De functies van het ZAT omvatten:
• bijdragen aan preventie en vroegsignalering
• geven van consultatie en advies
• verzorgen van screening en indicatiestelling
• handelingsadvisering
• activeren van licht ambulante zorg
• realiseren van gecombineerde onderwijs-zorgarrangementen,
• (indien nodig) toeleiden naar zorg.
Doelstelling ZAT
Optimale hulpverlening, advisering en ondersteuning bieden aan leerlingen, ouders/gezinnen en docenten bij door de school gesignaleerde psychosociale, gedrags- en gezinsproblematiek teneinde een kansrijke schoolloopbaan en het welzijn van leerlingen te bevorderen.
Samenstelling ZAT
Het ZAT dient een zodanige samenstelling te hebben dat doelgericht gebruik kan worden gemaakt van instanties en organisaties die noodzakelijk zijn om de doelstelling te realiseren.
Vaste partners kunnen zijn:
• de arts van de Gemeentelijke GezondheidsDienst (GGD) of GGD-verpleegkundige
• de vertegenwoordiger van het Bureau Jeugdzorg en/of de vertegenwoordiger van de Geestelijke Gezondheidszorg
• de schoolmaatschappelijk werker
• de politie
• leerplichtambtenaar
Voor het MBO kunt u, naast bovenstaande partners, nog denken aan de medewerker van het Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs en schuldhulpverleners.
In een ZAT is in ieder geval sprake van hoogwaardige en multidisciplinaire expertise. Het zijn belangrijke waarborgen voor de kwaliteit van de analyse en de gekozen acties van het ZAT. Het ZAT kan daardoor een eventueel noodzakelijke indicatiestelling voor een zorginstelling al in belangrijke mate voorbereiden.
Meer informatie en voorbeelden van ZAT’s vindt u op www.zat.nl.


